• Blog 20 Weet je wat er goed uitziet: MIJN KOP!!

    Ik loop de brug over. Rechts zie ik het grasveld met de welbekende picknick-tafel. De misselijkheid komt acuut naar boven. Ooit wel eens met een draaiende maag in een draaideur gestapt? Nou het werd er niet beter op. Eenmaal uit de draaideur staat daar de gastheer. Alsof het nog gisteren was dat ik hier binnen kwam. Hij groet even vriendelijk zoals altijd en vraagt of ik de weg weet. Helaas wel. Dit terrein is mij niet onbekend.

    Ik loop naar de lift. De trap naar de eerste etage is nog steeds geen optie. Naar beneden gaat goed maar naar boven lopen blijft een enorme uitdaging. Ik druk op de knop van de eerste etage: de Borstkliniek. Onderweg naar mijn eerste controle na mijn laatste borstamputatie in april. Ik ben vorige jaren nooit verder gekomen dan de eerste controle. Dan werd er weer wat gevonden en begon het circus weer opnieuw. Hoe zou deze eerste check gaan verlopen? In mijn borsten kan het in ieder geval niet meer zitten, want die heb ik niet meer.

    Ik meld me netjes aan bij de balie en ga in de wachtkamer zitten. Daar zit iemand erg verlegen om een praatje, waar ik totaal geen zin in heb. Ze wijst me op de koffie automaat. Ik geef maar aan dat ik hier bekend ben en dat dat ding ook niet te missen is. Daar komt bij dat ik ook geen zin in koffie/thee of limonade heb (die laatste hebben ze ook niet). Ook heb ik geen zin in de puzzel die daar altijd klaar ligt en waar patiënten een paar stukjes kunnen leggen om de tijd te ‘doden’. Opvallend is wel dat het altijd de blauwe lucht is die nog gelegd moet worden. Ook niet mijn ding. Heb ook geen zin om al die berichtjes te lezen van vriendinnen die weten dat het ‘niet mijn dag is’ en lieve berichtjes sturen. Als ik deze nu ga lezen, moet ik toch alleen maar huilen van de spanning of ga over mijn nek (want mijn maag draait nog steeds) in de bak waar de lege koffiebekertjes in gegooid moeten worden. Ik wil eigenlijk maar 1 ding, en dat is hier niet zijn.

    Ik ben als laatste in de wachtkamer aangekomen, maar word als eerste opgeroepen. De mensen reageren verbaasd en kijken me aan van, dat is ook raar. Ik zeg nog net geen: nananananaaaaaah, want in zo’n feeststemming ben ik niet.
    Dan kom ik bij een voor mij nieuw gezicht. Deze verpleegkundige ken ik niet, maar zij mij wel. Blijkt dat zij erbij heeft gezeten toen ik de afgelopen keer mijn wond had laten aftappen. Nou ik ben benieuwd welke indruk zij toen van mij heeft gekregen, want ik was op dat moment na de heftige discussies, niet in mijn beste stemming. Wederom dus weer twee nieuwe handen die mijn lijf betasten en onderzoeken. Een lijf dat verlangt naar liefdevolle aanraking in plaats van het zoveelste onderzoek. De controle zonder borsten ziet er anders uit dan als er nog een borst is. Vanaf de hals wordt er met de handen bewegingen naar de borstkas gemaakt en wordt zowel zittend als liggend centimeter voor centimeter de borstkas afgetast.

    De verpleegkundige geeft aan: ‘het ziet er goed uit’. WTF. Wanneer gaan verpleegkundigen en artsen eens goed letten op de woorden die ze gebruiken. Weet je wat er goed uitziet: MIJN KOP! Mijn lijf is een bouwval. Dus wat vind jij er nou goed uitzien? Dit geeft een mooie discussie met de verpleegkundige over communicatie tijdens een kankertraject.

    Ik ben door de eerste controle heen. Zonder kleerscheuren deze keer. Van opluchting stromen de tranen over mijn gezicht. Ben ik echt door deze ronde gekomen? Mag ik door naar de volgende, over een half jaar? Ik kan het bijna niet geloven en wacht tot ze me alsnog terug roept. Dat zal namelijk niet de eerste keer zijn dat ik eerst goed nieuws krijg en vervolgens wordt terug geroepen. Wat een rare gewaarwording is dit. Er is gewoon niets aan de hand. Vier jaar lang is er bij iedere controle gesodemieter en nu …. Helemaal niets. Dat is ook echt even wennen.

    Mensen zeggen dat het tijd kost om weer vertrouwen in je lijf te krijgen. Die hebben geen idee waar ze het over hebben. Vertrouwen in mijn lijf is er altijd geweest en mijn lijf heeft me nog nooit bedrogen. Maar het is de kanker die ik niet vertrouw. Daarom geven de controles iedere keer weer veel stress. Niet omdat mijn lijf me steeds weer in de steek laat, maar omdat die kanker gewoon zijn eigen ding doet.

    Na de controle loop ik door de draaideur weer langs het grasveld en de brug over. De misselijkheid heb ik in het ziekenhuis achter gelaten. Waar heb ik mijn auto ook alweer geparkeerd? Was het op de rechter parkeerplaats of de linker? Oooooh nee he, ik ben helemaal niet met de auto. Ik ben met de fiets. Die kop kan er dan wel goed uitzien, helder blijven nadenken blijft een uitdaging.